Onderzoeken

Transitie mbo-studenten naar werk

05 maart 2015
Proefschrift Pieter Baay:'Hoe mbo-studenten de transitie naar werk maken'.
Welke mbo-studenten vinden na hun opleiding makkelijk werk en welke hebben daar meer moeite mee?
Deze vraag stond centraal in het proefschrift van Pieter Baay, waar hij op 6 maart 2015 op hoopt te promoveren.
 
Binnen het School2Work-project van de Universiteit Utrecht volgde Pieter Baay drie jaar lang ruim 2000 mbo'ers in hun overgang van opleiding naar arbeidsmarkt. Hieruit blijkt dat zoekgedrag en arbeidsmarktsucces voor een belangrijk deel afhangen van zowel mbo'ers zelf als van hun sociale omgeving.
 
Mbo-studenten zoeken op verschillende manieren naar een baan. Met name proactieve mbo'ers zoeken intensief, bereiden zich voor op kansen in hun omgeving en pakken obstakels effectief aan. Zo gaan zij bijvoorbeeld actiever en succesvoller te werk als zij etnische discriminatie verwachten.
Ook algemene zelfregulatievaardigheden en een extraverte, emotioneel stabiele persoonlijkheid zijn belangrijk bij het zoeken naar werk.
 
Maar er zijn ook verschillen in de sociale omgeving. Zo hebben studenten met een groter sociaal netwerk betere arbeidsmarktkansen, zelfs als ze dit netwerk niet actief betrekken bij hun baanzoektocht. Daarnaast ervaren mbo'ers verschillen in hoe positief hun omgeving tegenover werk staat, wat samenhangt met hun eigen motivatie om werk te zoeken.
Ook ogenschijnlijke toevalligheden in het baanzoekproces, die 65% van de studenten rapporteerden, gebeuren niet zomaar bij iedereen. Met name met hogeropgeleide ouders en een groter sociaal netwerk kwamen 'toevallige' kansen tegen.
 
Om jeugdwerkloosheid tegen te gaan is de inzet van de individuele baanzoeker cruciaal, maar er lijkt ook een rol voor scholen en andere sociale contexten om jongeren te helpen hun vaardigheden, hulpbronnen en houdingen optimaal te ontwikkelen.
 
 
 
Top