Nieuws

‘Natuurlijk is loopbaanondersteuning in het onderwijs belangrijk, maar Nederlands en rekenen komen eerst, toch?’

30 juni 2020
Regelmatig komen we uitspraken tegen in het werkveld waarvan het de moeite is om die nader te bekijken. We vragen ons af, is dat echt zo? Wat betekent dat voor onze LOB aanpak in Nederland? Moeten we af gaan op wat we al weten, of hierover leren omdenken? Zo ook bij deze uitspraak:

‘Ja natuurlijk is loopbaanondersteuning belangrijk, maar Nederlands en rekenen zijn dat ook’
Als Euroguidance horen we deze uitspraak vaak op scholen. Leerlingen en studenten moeten examen afleggen in Nederlands en Rekenen en scholen dienen over de opbrengsten op deze domeinen verantwoording af te leggen aan bijvoorbeeld de inspectie. Voor loopbaanondersteuning ligt dit anders en dreigt daarmee soms ondergesneeuwd te worden. De inhoud en plek die loopbaanondersteuning inneemt varieert aanzienlijk binnen scholen in termen van de doelstellingen en streefdoelen die elke school formuleert. Dit laat zien dat loopbaanondersteuning overal nét iets anders op de kaart staat.

Loopbaanondersteuning op de kaart
In 2017 en 2018 zijn vanuit de sectoren MBO[1] en VO[2] ambitie agenda’s opgesteld om loopbaanondersteuning in het onderwijs te verbeteren. Daarnaast hebbenLAKS en ISO[3] 10 ambities geformuleerd in ‘de aanval op uitval’: waarmee de overgang van loopbaanondersteuning van voortgezet naar hoger onderwijs verbeterd kan worden en uitval voorkomen kan worden. Daarmee lijkt het dat loopbaanondersteuning steeds meer op de kaart komt. Echter, op de kaart komen betekent nog niet dat daarmee loopbaanondersteuning altijd even integraal wordt opgepakt als Nederlands en rekenen.

Een andere aanpak
De ene school heeft een goed doordachte LOB-visie die LOB integraal aanpakt, waar iedereen – van directeur tot vakdocent en conciërge zich eigenaar voelt van een stuk loopbaanbegeleiding; een andere school werkt met een wekelijks klassikaal mentoruur en een lesmethode. Wat een wereld valt er te winnen als scholen bij elkaar in de leer gaan. Deze verschillen roept de vraag op – ‘zijn LOB, rekenen en taal even belangrijk of is er sprake van een hiërarchie?’ Is deze afweging dezelfde voor alle typen en sectoren onderwijs (PO, VO, MBO, HBO, en WO)? En zijn die onderwijsniveaus over één kam te scheren op loopbaanondersteuning-gebied?

LOB als aanvulling
LOB zou in feite niet moeten concurreren met de aandacht voor Nederlands, Rekenen of andere vakken of aandachtsgebieden op een school. LOB gaat over waarom loop ik rond op deze school? Wie ben ik en wat wil ik? Waar ben ik op mijn plek en hoe kom ik daar achter? Dat zijn vragen die in elke vakles, in elke schoolse en na-schoolse activiteit aan de orde komt. Juist daarom zouden deze vraag niet ernaast beantwoord moeten worden, maar juist tíjdens alle activiteiten, tussendoor tijdens gesprekken met de LOB’er, en ook regelmatig met ouders. Dan is LOB de ruggengraat van het onderwijs en versterkt het aan de ene kant de ontwikkeling van de leerling of student, stelt het hem in staat om zich te leren bewegen op die steeds veranderende arbeidsmarkt, én versterkt het het onderwijs. Leerlingen die weten waarom ze hun opleiding volgen, leren niet voor het diploma, maar voor hun ontwikkeling en het werk dat ze de komende jaren willen uitvoeren in onze maatschappij.

Kwaliteit van loopbaanondersteuning
Stel nu dat loopbaanondersteuning op de kaart staat, wat is dan de kwaliteit hiervan?’ Zoals aangegeven staat het scholen vrij om binnen het kader van wet- en regelgeving loopbaanondersteuning te implementeren in overeenstemming met de visie en het beleid van hun eigen school. Het LAKS[4] benadrukt dat de overheid veel ruimte bij scholen laat om zelf invulling te geven aan loopbaanondersteuning. Daarmee zijn we dus afhankelijk van schoolbesturen en schoolleiders of zij loopbaanondersteuning daadwerkelijk serieus nemen en deze ambities waarmaken. Met uitzondering van het vmbo[5] worden scholen hier immers amper op afgerekend.

Rol van de inspectie
In het onderwijs inspectierapport van 2020 wordt weinig verwezen naar studieloopbaanondersteuning en wordt er vooral benoemd dat men in 2016 constateerde dat er in loopbaanondersteuning nog veel te winnen valt.[6] Hierin wordt een verband gelegd met de versmalling van het curriculum en het feit dat het onderwijs in toenemende mate op examenvoorbereiding gericht is. Met wederom een positieve uitzondering in het vmbo[7], wordt benoemd dat 31,9% van de leerlingen de huidige loopbaanondersteuning niet als zinvol ervaart[8]. Ook in het hoger onderwijs zijn signalen dat er behoefte is aan betere ondersteuning[9]. In het onderwijs inspectie rapport van 2020 wordt het woord LOB of loopbaanbegeleiding slechts 8 maal benoemd, veelal in één alinea. Rekenen daarentegen 23 keer en taal zelfs 169 keer. Daarentegen wordt in de JOB monitor het woord LOB 43 keer genoemd.[10]

Is een alinea aandacht genoeg om het maatschappelijk belang van loopbaanondersteuning te onderstrepen? En is dit genoeg om scholen te doen streven naar betere kwaliteit? Moet de inspectie meer aandacht geven aan dit element? Kortom, er lijkt enorm behoefte te zijn aan kwalitatief goede loopbaanondersteuning. Ook de kamer ondersteunt dit[11], maar de uitvoering en kwaliteit hiervan ligt in de handen van individuele schoolbesturen die niet tot weinig gecontroleerd worden. Met alle andere verplichtingen die wél gecontroleerd worden, lijkt het erop dat loopbaanondersteuning een onder de tafel geschoven kindje dreigt te blijven.

Moeten we onszelf niet eens achter de oren krabben over onze huidige loopbaanondersteuning aanpak? Wat is hiervan de maatschappelijke impact? Of beter gezegd de gemiste maatschappelijke impact?

[1] Ambitie-agenda LOOPBAANONDERSTEUNING voor het mbo, JOB-MBO raad 2017.https://www.expertisepuntloopbaanondersteuning.nl/loopbaanondersteuning-agendas
[2] AMBITIE/KWALITEITSAGENDA LOOPBAANONDERSTEUNING VOOR HET VO, 2018
[3] LAKS, 2016. https://studiekeuzenederland.nl/aantekeningen-studiekeuzechecklist-aanval-op-uitval/
[4] Laks, 2018
[5]LOB Expertisepunt. 2020. Loopbaandossier. https://www.expertisepuntlob.nl/loopbaandossier
[6] Inspectie van het onderwijs, 2016
[7] In het praktijkonderwijs, vmbo-basis en vmbo-kader ervaart 70% loopbaanondersteuning als zinvol
[8]Inspectie van het Onderwijs (2019). De Staat van het Onderwijs 2019. Utrecht: Inspectie van het onderwijs.
[9] Uit een jaarlijks enquête-onderzoek van VSNU onder alumni van de Universiteit Utrecht blijkt dat de meerderheid (62,4%) ontevreden is over arbeidsmarktvoorbereidingen. Via Zijderveld, M. A. (2018). Studenten met Career Skills voorbereid op de transitie naar de arbeidsmarkt?
[10]Jobmonitor. 2020. https://www.jobmbo.nl/wp-content/uploads/2020/06/JOB-monitor-rapport-2020-embargo-tot-4-juni-web.pdf
[11]Rijksoverheid. 2018. Kamerbrief Leven Lang Ontwikkelen. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/09/28/ontwikkelen-tijdens-loopbaan-moet-vanzelfsprekend-worden


Bekijk ook de andere artikelen.
 
Top