Nieuws

3 signalen die laten zien dat (studie)loopbaanondersteuning niet (langer) genegeerd kan worden

31 juli 2020
Artikel 2 van de mini-serie ‘loopbaanondersteuning - waar we het met elkaar over moeten hebben’

Als Euroguidance horen we vaak dat men (studie)loopbaanondersteuning belangrijk vindt, echter als er keuzes gemaakt moeten worden binnen het onderwijs, wordt meestal toch voorrang gegeven aan vakken zoals taal en rekenen[1].

Ondanks dat uit onderzoek naar voren komt dat (studie)loopbaanondersteuning een grote impact heeft op studie- en arbeidsmarktsucces, zelfsturing en gelijke kansen[2][3], staat het eerder bekend als ‘the new kid on the block’, die de al krappe ruimte in het curriculum komt opsnoepen. Toch is (studie)loopbaanondersteuning niet nieuw maar draalt het al een tijdje om ons heen. Waar andere Europese landen soms al in de jaren ‘70 de nieuweling bij de kerngroep hebben getrokken, vraagt Nederland zich soms nog steeds af wie die vreemde eend in de bijt is.

(Studie)loopbaanondersteuning in de kinderschoenen

Nederland kan winst behalen op het gebied van (studie)loopbaanondersteuning. Neem bijvoorbeeld Finland, daar is (studie)loopbaanondersteuning sinds de jaren ‘70 een geïntegreerd onderdeel van het onderwijs[4], er zijn zelfs volledige masteropleidingen gewijd aan het opleiden van (studie)loopbaan professionals[5]. Of neem nou Schotland, zij hebben een volledig skills agentschap[6] dat zich volledig focust op skillsontwikkeling. Daarnaast hebben zij een datagedreven online omgeving[7] waar je ‘u’ tegen zegt. Hier kunnen alle burgers met loopbaan- en leervragen terecht die passen bij hun levensfases en behoefte.

In Nederland daarentegen is het vak LOB (loopbaanoriëntatie- en ondersteuning) grotendeels niet verplicht, niet geïntegreerd in het curriculum of beleid, beperkt in beeld bij de inspectie, en veelal geen onderdeel in lerarenopleidingen. En als kers op de taart, is één van de belangrijkste voorvechters voor (studie)loopbaanbegeleiding, het Expertisecentrum LOB, vooralsnog enkel een project met ook een projecteinddatum. Desondanks zijn er een groot aantal redenen, juist voor jongeren, om (studie)loopbaanbegeleiding naast rekenen en taal óók te integreren in het curriculum.


Uitval is een groeiend probleem

Uitval onder studenten is een trend die zich al langer voordoet. Getallen lopen op tot wel 30% uitval binnen 3 jaar, en voor jongeren met een migratie-achtergrond zelfs tot 40%.[8] Op het VO in Nederland zien we dat veel studenten naar de vavo gaan als ze dreigen uit te vallen. Echter, ook daar zijn de percentages uitval hoog, met name de vroegtijdig schoolverlaters vanuit het vmbo (15,4%)[9]. In Finland zien die getallen er heel anders uit. Op de middelbare school slechts 3.2% en in het beroepsonderwijs respectievelijk 8,7% (mbo) en 7.1% (HBO).[10] Tevens kent Finland een nationale strategie, een lifelong guidance coördinatiegroep , masteropleidingen voor professionals, is (studie)loopbaanbegeleiding een vast onderdeel in het curriculum, en is het recht op guidance wettelijk vastgelegd.[11] En Finland is niet het enige voorbeeld.

Door de alarmerende cijfers in Nederland is zelfs de onderwijsinspectie aan de bel gaan trekken middels de aanval op uitval maatregelen met daarin een belangrijke plek voor hulp bij de studie- en loopbaankeuze [12]. JOB lobbyt hier al langer voor. Zo is ook dit jaar weer de conclusie in de JOB monitor dat een kwart van de studenten ontevreden is met het LOB-aanbod[13]. Daar waar de jongeren duidelijk het belang onderstrepen (in de monitor wordt het woord ‘LOB’ 43 keer genoemd), loopt het onderwijs achter (het woord LOB komt slechts zes keer voor in één enkele alinea in de Staat van het Onderwijs 2019-2020)[14].

Dat (studie)loopbaanondersteuning een belangrijke rol kan spelen in het voorkomen van uitval en switchen blijkt uit de volgende drie signalen.

Signaal 1: ‘Ik koos de verkeerde studie’

Uit onderzoek blijkt dat studenten de keuze voor een opleiding met name laten afhangen van rapportcijfers.[15] Soms kan dit een ambitie reflecteren, maar vaak ook niet. Zij hebben immers een beperkt beroepsbeeld, zijn cognitief nog in ontwikkeling, en maken op het laatste moment keuzes door besluiteloosheid. Met de hervorming van het leenstelsel is er daarnaast extra druk op de schouders van studenten om meteen de juiste keuze te maken. Een verkeerde keuze kan immers bakken met geld kosten. Onderzoeksresultaten hebben aangetoond dat loopbaancompetenties positief kunnen bijdragen en effect hebben op leermotivatie, beroepsidentiteit, zekerheid van de loopbaankeuze, en het voorkomen van uitval.[16]

Signaal 2: ‘Uiteindelijk heb ik niets met mijn studie gedaan’

In de nationale onderwijsgids werd gepubliceerd dat 60% van de afgestudeerde studenten niet weten wat ze willen worden.[17] Dit betekent dat veel studenten een diploma op zak hebben, maar geen idee hebben van wat daarna. Dit wordt onderstreept door een hoeveelheid aan wat-te-doen-na-je-studie-zelfhulp-rubrieken. Wat zegt dit? Hebben zij een beperkt beroepsbeeld of te weinig kennis over de arbeidsmarkt en beroepsperspectieven? Is er een gebrek aan arbeidsmarkttoeleiding? Of wellicht dat studenten het gevoel hebben dat ze moeten studeren voor één beroep of branche waar ze levenslang aan vast zitten.

De recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt suggereren dat dit laatste in ieder geval niet zo is, of zou moeten zijn. De arbeidsmarkt, en daarmee banen, is continu in ontwikkeling. En ook mensen veranderen. Juist daarom speelt (studie)loopbaanondersteuning een cruciale rol.[18] Waar men vroeger een gouden horloge kreeg bij een jubileum, gaat men nu na enkele jaren op zoek naar nieuwe wateren. Dat betekent niet dat een studiekeuze niet uitmaakt, integendeel, je moet ergens beginnen. Het is echter geen eindpunt en het is essentieel dat mensen tijdens hun studie zelfregie ontwikkelen, zodat ze regie kunnen nemen op het bijsturen van hun loopbaanpad wanneer een baan verdwijnt, wanneer interesses veranderen, of andere kansen op het pad komen. Van lifetime employment, naar lifetime employability. Loopbaancompetenties fungeren hierbij als het kompas, en loopbaanmanagement skills als de zeilen en de landkaart om te zorgen dat men de woelige zeeën van het arbeidsmarktlandschap kan trotseren.

Signaal 3:Ik moest alles zelf ontdekken’ of ‘wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje’

Er is veel diversiteit binnen de studentenpopulatie en dit manifesteert zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld bij hun uiteindelijke studiekeuze. Elementen die een rol spelen zijn bijvoorbeeld de achtergrond van ouders, of iemand in een stad of dorp woont, of dat iemand behoort tot een kwetsbare groep vanwege een beperking of economisch milieu. Zo hebben jongeren die niet uit een academisch nest komen vaker last van een achterstand, een lager zelfbeeld, en een loyaliteitsconflict met thuis[19]. We mogen er niet vanuit gaan dat alle studenten dezelfde bagage en mogelijkheden hebben. Allerlei factoren zijn van invloed of een student genoeg handvatten heeft gekregen om goed gefundeerde keuzes te maken. Zo blijkt bijvoorbeeld dat lager opgeleide ouders minder kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van het beroepsbeeld en vaak minder ondersteuning kunnen bieden bij loopbaanmanagement. (Studie)loopbaanondersteuning in het onderwijs schept meer gelijke kansen en faciliteert regie. Om zelfstandig te leren kiezen als hulp niet vanzelfsprekend is. Zo bepalen studenten zelf wat ze in hun rugzak stoppen.

Tot slot

Op basis van bovengenoemde signalen zou je zeggen dat het evident is dat we als Nederland een structurele en integrale aanpak moeten faciliteren voor (studie)loopbaanondersteuning. Echter, het landschap in Nederland is momenteel te versnipperd. Door de autonomie van scholen, de enorme diversiteit aan aanbieders, het gemis van kwaliteitsstandaarden, en onvoldoende kaders in wet- en regelgeving, ontstaat er een wirwar aan aanbod waar men de kwaliteit niet van kent of kan controleren. Hierdoor bestaat de kans dat scholen ‘de LOB-boot’ missen. Zonder kwaliteitskaders en zonder docenten en specifieke, gekwalificeerde professionals die hierin een rol hebben, zullen niet alle scholen er zelfstandig in slagen (studie)loopbaanondersteuning structureel en kwalitatief een plek te geven in het onderwijs. Uiteindelijk leidt dit ertoe dat leerlingen en studenten niet zelfstandig kunnen zwemmen. En wanneer zij dit niet kunnen, staan ze aan wal en doen ze niet mee.



[2] Wierik, M. L., Beishuizen, J., & van Os, W. (2015). Career guidance and student success in Dutch higher vocational education. Studies in Higher Education, 40(10), 1947-1961.

[3] van der Heijde, C. M. (2014). Employability and self-regulation in contemporary careers. In Psycho-social career meta-capacities (pp. 7-17). Springer, Cham.

[4] Euroguidance (2020). Verkenningen: Finland Raimo Vuorinen – nog niet gepubliceerd

[5] Euroguidance (2020). Behoefte en aanbod professionalisering LOB

[8] Vereniging hoge scholen. 2016. Feiten en cijfers Afgestudeerden en uitvallers in het hoger beroepsonderwijs

[9] https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/onderwijs-algemeen/leerlingen-en-studenten/prestaties-voortijdig-schoolverlaten/vsv-in-het-voortgezet-onderwijs

[15] Neuvel, 2005

[16] Hughes, Meijers, & Kuijpers, 2014

[19] https://www.groene.nl/artikel/in-de-buitenbaan



Bekijk ook de andere artikelen.

 
Top