Nieuws

Het betrekken van ouders bij LOB is makkelijker gezegd dan gedaan – hoe doe ik dat?

16 september 2020
Artikel 3 van de mini-serie ‘loopbaanondersteuning - waar we het met elkaar over moeten hebben’

Het mobiliseren van extra denkkracht voor jongeren bij langetermijnbeslissingen is essentieel voor hun ontwikkeling en studiesucces, zo blijkt uit onderzoek.[1][2] Echter, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Immers, niet alle ouders staan hier om te springen. En wat nou als een ouder wel wil, maar niet bij kan dragen? In deze blog zoomen we in op deze uitdagingen. Hoe betrek je ouders en hoe ondersteun je ouders in hun rol?

De voordelen van extra denkkracht

Het is bekend dat het brein van jongeren anders werkt dan dat van volwassenen, omdat het nog in ontwikkeling is.[3] Zo heeft het beoordelingscentrum van het jonge brein meer moeite met emotionele langetermijnbeslissingen, zoals studie- en loopbaankeuzes.[4] Uit onderzoek komt dan ook naar voren dat voor leerlingen van alle leeftijden geldt dat ouders vaak een grote invloed hebben op het keuzegedrag: met name waar het gaat om de oriëntatie van leerlingen op een vervolgopleiding en beroep hebben ouders een grote invloed.[5] Deze invloed van ouders kan schooluitval voorkomen.[6] Daarnaast draagt goed vormgegeven steun van ouders bij aan de intrinsieke motivatie, het positieve zelfbeeld en het welbevinden van de jongere.[7] Deze rol kunnen ouders aannemen doordat zij in het leven al veel kennis en vaardigheden hebben opgedaan.[8]

Ouderbetrokkenheid is maatwerk

Op basis van bovengenoemde onderzoeksbevindingen wordt het advies om ouders te betrekken in verschillende richtlijnen, handboeken, en adviezen voor loopbaanondersteuning aangehaald. Het LOB Expertisepunt besteedt hier bijvoorbeeld expliciet aandacht aan[9] en er zijn allerlei hulpmiddelen in het leven geroepen, zoals het ‘help mee bij LOB’ digitale hulpmiddel van NVS-NVL.[10] De wijze waarop ouders bij de school van hun kind worden betrokken, verschilt echter per leer- en ontwikkelingsfase van de leerling, de gezinssituatie en de schoolomgeving. Ouderbetrokkenheid is dan ook maatwerk[11], waarbij men rekening moet houden met de mogelijkheden en capaciteiten van zowel ouder, leerling, en leeromgeving.

Zijn alle ouders hiertoe in staat?

Wat als ouders zelf geen ervaring hebben met het hoger onderwijs? Kunnen ze hun kind dan adviseren? Ouders die geen hoger onderwijs hebben genoten lijken zich minder bewust te zijn van de gevolgen van vroege onderwijsbeslissingen (profiel-keuze) in de schoolloopbaan van hun kind.[12] Daarnaast komt uit de studie van Van Heest naar voren dat leerlingen met hoger opgeleide ouders en een sterkere sociaal-economische achtergrond vaker ambitieuzere studiekeuzes maken, terwijl er onder de groep laagopgeleiden juist minder de neiging is om een opleiding te kiezen in het hoger onderwijs.[13] Ook blijkt dat leerlingen met een zwakkere sociaal-economische achtergrond, maar wel hetzelfde opleidingsniveau, doorgaans minder risico’s nemen dan hun klasgenoten. Voor hen zijn kortetermijnmotivaties en huidige schoolprestaties de belangrijkste factoren in hun studiekeuze. Zowel ouders als leerlingen hebben dan ook vaker een negatieve houding tegenover een academische of uitdagende baan en verlaten sneller het hoger onderwijs om bij te dragen aan het eigen- of gezinsinkomen.[14] Tot slot, verschillen deze ouders in hun behoeften om betrokken te zijn bij de loopbaanondersteuning.[15] Vaak vinden scholen het lastig om het loopbaangerichte partnerschap met ouders vorm te geven wanneer ouders niet willen of kunnen bijdragen.[16]

Interventies om ouderbetrokkenheid te vergroten

Er zijn verschillende interventies mogelijkheden die ouderbetrokkenheid kunnen vergroten. Enkele voorbeelden van basisinterventies zijn: LOB-thuisopdrachten om (de kwaliteit van) het gesprek dat ouder en kind voeren te bevorderen, loopbaangerichte voortgangsgesprekken tussen mentor, ouder en leerling over de loopbaanontwikkeling van de leerling, maar bijvoorbeeld ook interactieve ouderavonden waarin de leerling een actieve rol heeft en ouders handvatten krijgen om hun kind thuis te begeleiden. Ook proberen scholen middels ICT de ouderbetrokkenheid te vergroten. Via systemen als ParnasSys kunnen ouders de vorderingen van hun kinderen vanuit thuis volgen en wordt de ontwikkeling zichtbaarder; dit vergemakkelijkt gesprekken tussen ouders en leerlingen. Het Expertisepunt LOB biedt voor dit soort interventies concrete handreikingen om scholen te ondersteunen ouderbetrokkenheid vorm te geven.[17] [18] [19] [20]

Effecten van interventies

Uit onderzoek blijkt dat bovenstaande interventies bijdragen aan het ontwikkelen van het vermogen van ouders om hun kinderen te ondersteunen in hun studieloopbaan: ouders voelen zich zelfverzekerder, wat resulteert in betere begeleiding, meer begrip voor keuzes, betere coaching, en zelfs een sterkere ouder-kind relatie.[21] En dit verschil is met name zichtbaar bij lager opgeleide ouders.[22] Voor deze groep lijkt een aantal interventies goed te werken, zoals een eerdere bewustwording van (met name vroege) studiekeuzes, aandacht voor risicomijding en het aan de kaak stellen van impliciete aannames over het hoger onderwijs. Ook op scholen met een studentenpopulatie waarvan ouders overwegend laagopgeleid zijn of een minder gunstig sociaal-economische achtergrond hebben, is het effectief om een alomvattende aanpak te ontwikkelen gericht op ouders, medewerkers, management, en bestuur.[23]

Randvoorwaarden voor een goede interventie

Of de doelen die een school stelt rondom ouderbetrokkenheid ook daadwerkelijk worden verwezenlijkt, hangt niet alleen van het gekozen instrument af, maar van een groot aantal andere factoren. Denk daarbij aan de tijd en moeite die een school investeert, het draagvlak bij betrokken partijen, de visie van de schooldirectie en de houding en motivatie van de docenten.[24] Ondanks de impact van bovengenoemde loopbaaninterventies op ouderbetrokkenheid en de capaciteit van ouders om bij te dragen aan loopbaanondersteuning, blijven met name veel lager opgeleide ouders toch nog onzeker over het gebruik van de opgedane informatie, hun begeleidingscapaciteiten en ondersteuningsinstrumenten. Scholen lijken onvoldoende in staat om deze belemmeringen weg te nemen, mede doordat niet altijd de juiste faciliteiten en beleidsrichtlijnen beschikbaar zijn.

De rol van de docent

Zoals hierboven aangegeven spelen ook de houding en motivatie van de docent en loopbaanbegeleider een grote rol. Zij moeten doordrongen zijn van het belang van de rol van ouders om goed in te kunnen spelen op de behoeften van ouders. Zo blijkt uit de ’Staat van de ouder’ uit 2020[25], dat ouders zich veelal niet gehoord voelen als zij dingen voorstellen voor hun kind. Dit doordat vaak een groot aantal specialisten om de leerling heen staat, waardoor de stem van de ouder soms ondergesneeuwd raakt. Onderzoek laat echter zien dat leraren wel degelijk in staat zijn om ouders te betrekken, mits zij over een positieve houding beschikken, over het vermogen om ouders concrete en praktisch bruikbare adviezen te geven en ouders kunnen respecteren in de rol die ouders zichzelf toedichten.[26] Het is echter de vraag of docenten zich hiervan voldoende bewust zijn en hier ook voldoende handvatten voor hebben in de dagelijkse praktijk.

Wat kan een school doen om ouderbetrokkenheidsinterventies beter in te richten?

Het samenspel tussen interventie, docent, loopbaanondersteuner, ouder, en de leerling is delicaat en men kan gemakkelijk steken laten vallen. Om de maximale impact te bereiken is het essentieel om interventies thuis, in de beroepspraktijk, en op school als een samenhangend geheel in te zetten. Hierbij is speciale aandacht nodig voor leerlingen waarvan de ouders niet willen of voldoende kunnen bijdragen. Manieren om deze interventies beter in te richten zijn bijvoorbeeld[27];

  • Inbedding van de ouderactiviteiten op schoolniveau bijvoorbeeld in het curriculum en/of doorlopende leerlijn. Hierin voortbouwend op eerdere ervaringen van leerlingen, het voor- en na te bespreken, en de opbrengst te gebruiken voor de keuze van een vervolgstap;
  • Ouders vooraf informeren over de activiteiten en deze met hen na te bespreken;
  • Het formuleren van haalbare opdrachten voor zowel ouders als leerling die bijdragen aan een positief gesprek met ouders, bijvoorbeeld door deze kort en weinigtalig in te richten[28];
  • Zorgen dat in loopbaan- en reflectiegesprekken de leerling de regie heeft;
  • Het inschakelen van het netwerk rondom de leerlingen van wie de ouders niet voldoende in staat zijn hen te begeleiden bij LOB, zoals familie, vrienden, de sportclub;
  • Zorgen voor een goede timing, voorbereiding en organisatie van ouderbetrokkenheidsactiviteiten- en interventies, om het afhaken van ouders te voorkomen;
  • Inzetten op beleid en faciliteiten om ouderbetrokkenheid mogelijk te maken;
  • En allerlaatst, het professionaliseren van de leraren voor het beter betrekken van ouders bij LOB.

 

Kortom, er zijn veel mogelijkheden om dat extra denkkracht voor leerlingen te mobiliseren. Om de bijdrage van ouders in het loopbaanontwikkelingsproces van de leerlingen te vergroten is het daarom essentieel om een structurele aanpak te ontwikkelen die ingebed is en gedragen wordt door management en loopbaanprofessionals op school. Alleen dan kunnen we de krachten optimaal bundelen en de leerling gezamenlijk in zijn ontwikkeling begeleiden en ondersteunen in zijn of haar keuzes



[1] Luken, T. (2017). Loopbaanreflectie en onze hersenen. Online raadpleegbaar op: http://tom-luken. nl/LoopbaanreflectieHersenen. pdf.

[2] Van Dinteren, R., & Kuijpers, M. (2017). Breinkennis en loopbaanontwikkeling: zin of onzin? LoopbaanVisie, 2, 9-73.

[3] Van Dinteren, R., & Kuijpers, M. (2017). Breinkennis en loopbaanontwikkeling: zin of onzin? LoopbaanVisie, 2, 9-73.

[4] Van Dinteren, R., & Kuijpers, M. (2017). Breinkennis en loopbaanontwikkeling: zin of onzin? LoopbaanVisie, 2, 9-73.

[6] J. Bakker, E. Denessen, M. Dennissen, H. Oolbekkink-Marchand. 2013. Leraren en ouderbetrokkenheid – een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. https://nvs-nvl.nl/images/Documenten/Website_lob-

[7] Marinka Kuijpers, Monique Strijk, Mariëtte Lusse Luuk van Schie.2018. Ouderbetrokkenheid bij loopbaanontwikkeling van vmbo-leerlingen

[8] Oomen, 2018

[10] http://www.helpmeebijlob.nl/

[12] Oomen, A. (2016). Parental involvement in career education and guidance in secondary education. Journal of the National Institute for Career Education and Counselling, 37(1), 39-46.

[13] Van Heest, F. (2018). Leerlingen met hoogopgeleide ouders maken ambitieuzere studiekeuze https://www.scienceguide.nl/2018/10/leerlingen-met-hoogopgeleide-ouders/

[14] Van Heest, F. (2018). Leerlingen met hoogopgeleide ouders maken ambitieuzere studiekeuze https://www.scienceguide.nl/2018/10/leerlingen-met-hoogopgeleide-ouders/

[15] Kuijpers, Strijk, Lusse en Van schie, 2018

[16] Brouwer, P., Van Esch, W., & Van Kan, C. (2016). Loopbaanoriëntatie en de rol van ouders in het vo en mbo. Een verslag van groepsinterviews met lob-functionarissen van drie vo-scholen en drie mbo sectoren. 's-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.

[21] Van Heest, F. (2018). Leerlingen met hoogopgeleide ouders maken ambitieuzere studiekeuze https://www.scienceguide.nl/2018/10/leerlingen-met-hoogopgeleide-ouders/

[22] Van Heest, F. (2018). Leerlingen met hoogopgeleide ouders maken ambitieuzere studiekeuze https://www.scienceguide.nl/2018/10/leerlingen-met-hoogopgeleide-ouders/

[23] Van Heest, F. (2018). Leerlingen met hoogopgeleide ouders maken ambitieuzere studiekeuze https://www.scienceguide.nl/2018/10/leerlingen-met-hoogopgeleide-ouders/

[24] https://www.euroguidance.nl/6_1502_Ouderparticipatie-en-ouderbetrokkenheid-bij-loopbaanbegeleiding.aspx

[26] J. Bakker, E. Denessen, M. Dennissen, H. Oolbekkink-Marchand. 2013. Leraren en ouderbetrokkenheid – een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. https://nvs-nvl.nl/images/Documenten/Website_lob-vo/2013_Bakker_Denessen_Denessen_140519.pdf

[27] Kuijpers, M., Strijk, M., Lusse, M., Schie, L. (2018). Ouderbetrokkenheid bij loopbaanontwikkeling van vmbo-leerlingen

[28] Petit, R., Brouwer, P., Meijer, J. (2018). Een goed gesprek over de toekomst: Ouderbetrokkenheid bij loopbaankeuzes op het vmbo en het mbo. Kohnstamm instituut en ecbo.



Bekijk ook de andere artikelen.
 
Top